Home HR Waarom de verhoging minimumjeugdloon geen ramp hoeft te zijn

Waarom de verhoging minimumjeugdloon geen ramp hoeft te zijn

115
DELEN

Alhoewel vaak onterecht, hebben jeugdige sollicitanten het niet altijd eenvoudig op de arbeidsmarkt. Vooral in de leeftijdscategorie 18 tot 21 jaar hebben zij zelden de best geschikte diploma’s en evenzeer blinken zij niet uit op vlak van onontbeerlijke ervaring. Na de verhoging minimumjeugdloon op 1 juli 2017 voelt de wetgever zich genoodzaakt om in te grijpen: met een LIV subsidie voor jeugdige werknemers hopen zij dan ook deze jonge groep opnieuw een stuk interessanter te maken voor potentiële werkgevers.

Verhoging minimumjeugdloon

De verhoging minimumjeugdloon zorgde ervoor dat jonge werknemers vanaf 1 juli 2017 een stuk duurder werden. Voor 18- tot 21-jarigen is het vast percentage van het wettelijk minimumloon een stuk omhoog gegaan. Voor 22-jarigen is het zelfs opgetrokken tot 100%, terwijl dat vroeger pas van toepassing was vanaf 23 jaar. Vanaf 1 juli 2019 zal de verhoging minimumjeugdloon trouwens een nog striktere fase ingaan: het vast percentage zal stijgen voor 18- tot 20-jarigen en de 100%-drempel (volledig wettelijk minimumloon) zal dan ook van toepassing zijn vanaf de leeftijd van 21 jaar.

LIV Subsidie voor jonge werknemers

Om jongere werknemers toch interessanter te maken en de verhoging minimumjeugdloon te compenseren, komt de overheid nu met een nieuwe LIV subsidie voor jeugdige werknemers. Om recht te hebben op deze LIV subsidie moet je een werknemer in dienst hebben die op 31 december 2017 minimaal 18 en maximaal 21 jaar jong is. De werknemer moet verzekerd zijn voor de werknemersverzekering en het uurloon moet uiteraard horen bij het wettelijk minimumjeugdloon voor zijn leeftijd. De vergoeding is afhankelijk van de leeftijd op 31 december 2017 en varieert tussen € 0,23 (18 jaar) en € 1,58 per verloond uur (21 jaar). Voor iedere leeftijdscategorie is er ook een maximaal bedrag vastgesteld. Deze nieuwe LIV subsidie kent ingang vanaf 1 januari 2018. De eerste berekening zal je echter pas in 2019 mogen verwachten.

Een praktisch voorbeeld

Stel: je hebt een jonge werknemer in dienst die op 31 december 2017 20 jaar oud is. Op 1 januari 2018 viert hij dan wel zijn eenentwintigste verjaardag, maar voor de LIV subsidie blijft zijn leeftijd van 20 jaar gewoon gelden. Voor de bepaling van zijn wettelijk minimumjeugdloon houden we wel rekening met zijn effectieve leeftijd: € 7,68 bruto uurverloning in 2018 (cijfers op moment van schrijven).

Voor die werknemer heb je met andere woorden recht op een LIV subsidie van € 1,02 per verloond uur. De jonge werknemer werkte gedurende het jaar 1.350 uren, was 16 uren ziek en genoot van 90 vakantie-uren. Hiernaast klopte hij zes uren overwerk. Voor de berekening van de LIV subsidie wordt rekening gehouden met die totale som, namelijk 1.462 verloonde uren. Hierdoor heb je recht op een vergoeding van € 1.491,24.

Alhoewel de verhoging minimumjeugdloon de bruto kostprijs met € 1,30 verhoogde , zal dat in de praktijk gecompenseerd worden met een LIV subsidie van € 1,02. Dat levert dus slechts een verhoging op van € 0,28 per verloond uur. Valt best wel mee, toch?

Conclusie

De verhoging minimumjeugdloon lijkt dan wel een fikse hap in het budget te moeten kosten, maar in de praktijk wordt dat gecompenseerd door de nieuwe LIV subsidie. Hoe interessant het is, hangt af van de verjaardag van de werknemer. In een ideaal geval verjaart de werknemer op 31 december, want dan kan je maximaal genieten van de LIV subsidie. Een werknemer die verjaart op 1 januari is dan weer het minst interessant. Maar vergeet niet: discriminatie is nooit toegestaan, dus louter selecteren op basis van de verjaardagdatum mag natuurlijk niet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here