Home Blogs 4 termen die je moet kennen als je een hypotheek wilt als...

4 termen die je moet kennen als je een hypotheek wilt als ondernemer

261
DELEN
4 termen-die-je moet kennen als je als ondernemer een hypotheek wilt

Er werken in Nederland meer dan een miljoen mensen als zelfstandige. Helaas heeft deze groep vaak moeite met het geaccepteerd krijgen van een hypotheek. Eigenlijk belachelijk natuurlijk, dat zo’n groot deel van de beroepsbevolking door een hoepeltje moet springen om een huis te kunnen kopen. Toch kan het beter. Vaak loopt de aanvraag spaak door een gebrekkige voorbereiding aan de kant van de zzp’er of een gebrek aan kennis bij de hypotheekadviseur. Zonde. Maar hoe zorg je er nou voor dat jij wel goed voorbereid op pad gaat? In deze blog lees je over 4 belangrijke termen die je moet kennen als je een hypotheek wilt als ondernemer.

1. Winst vóór belastingen

Om te kijken hoeveel geld je mag lenen voor je hypotheek wordt er door de bank gekeken naar je inkomen. Voor jou als zelfstandige is dit de winst uit je onderneming. Het gaat hier om de bruto winst, dus de winst vóór belastingen. Bedrijfsresultaat is weer een ander woord voor hetzelfde. Je vindt dit op je winst- en verliesrekening. Bij een hypotheekaanvraag wordt er gekeken naar de bedrijfsresultaten van de afgelopen 3 jaar. Op basis hiervan wordt je gemiddelde winst berekend. Let op: dit betekent niet dat je per se 3 jaar bezig moet zijn om een hypotheek geaccepteerd te krijgen. Hierover later meer.

2. Toetsinkomen

Oké, de gemiddelde winst uitrekenen is natuurlijk geen lastige klus. Het uiteindelijke bedrag waarmee banken uitrekenen hoeveel je kan lenen is het toetsinkomen. Dit is niet hetzelfde als je gemiddelde winst. Banken nemen meestal een percentage van je gemiddelde winst als toetsinkomen. Stel dat dit 90% is en je gemiddelde winst 35.000 euro, dan is je toetsinkomen 31.500 euro. Iedere bank is vrij om te bepalen welk percentage ze hanteren. Ben je bijvoorbeeld pas 2 jaar bezig als ondernemer? Dan kan dit percentage lager zijn. Er zijn grote verschillen in de berekeningen per bank. Ga dus niet klakkeloos naar je eigen bank voor een hypotheek. Je doet er goed aan om een aantal vergelijkings-tools in te vullen om te kijken hoe ze met jouw inkomen omgaan.

3. Maximale leencapaciteit

Goed, je weet nu hoe het zit met het toetsinkomen. Dit is het inkomen waarmee banken bekijken hoeveel je kan lenen. Dit wordt de maximale leencapaciteit genoemd. De maximale leencapaciteit is 4,5 keer je inkomen. Hierin worden geen verschillen gemaakt per bank, deze maatstaf is namelijk opgesteld door het Nibud, een overheidsinstelling die zich buigt over verantwoorde budgettering voor Nederlanders. Is je toetsinkomen 31.500 euro als zzp’er? Dan is de maximale leencapaciteit dus 126.000 euro. Er zijn grote verschillen in wat je kan lenen als zzp’er per bank, dit bleek eind vorig jaar nog maar eens uit onderzoek.

4. Hypotheekrente

Deze term zal je vast niet onbekend zijn. Toch is het belangrijk om er bij stil te staan. Vaak zijn zzp’ers vooral geïnteresseerd in of en hoeveel geld ze kunnen lenen voor de hypotheek. Dit is niet het hele verhaal. Voor je hypotheek betaal je namelijk straks ook rente. Sterker nog: dit is een groot deel van wat je in totaal betaalt voor de hypotheek. Stel dat je een hypotheek van 300.000 euro hebt met een rente van 2,5%. Dan is dat dus 7.500 euro per jaar aan hypotheekrente. Deze mag je deels aftrekken van de belasting, maar het is toch een flink bedrag. Het uitzoeken van de beste hypotheek is dus een tweeledig verhaal: een combinatie van een hoge leencapaciteit tegen een lage rente. Je doet er dus goed aan om kritisch naar meerdere opties te kijken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here